REYNAERT AAN DE VAART

De plek waar Reynaert thuis is

De Abdij van Boudelo (Lat.:Abbatia B. Virg. Maria de Baudelo) was een cisterciënzerabdij te Klein-Sinaai, nabij Sint-Niklaas. De naam Boudelo, die uit twee delen bestaat, kan als volgt worden verklaard: Bouden, vleivorm op -in, afgeleid van Boudewijn (Boudewijn I van Constantinopel, graaf van Vlaanderen), en lo een bosje op een zandige, hoger gelegen plek.

Het jaar 1197 markeert de vestiging van een kluis, wanneer één of meerdere monniken uit de Sint-Pietersabdij in Gent onder leiding van Boudewijn van Boekel, zich in Klein-Sinaai als kluizenaars vestigen. De kleine gemeenschap groeide uit tot een abdij. Erkenning volgde in het begin van de 13e eeuw door de bisschop van Doornik. Vanuit deze abdij begonnen de monniken de streek rondom de Schelde in te polderen.  

Abt Theodorikus werd in 1226 door abdijbewoners vermoord. Een slaande ruzie in 1235 leidde ertoe dat de abdij onder pauselijk toezicht werd geplaatst. In 1578 werd de abdij verwoest door Gentse calvinisten.  In de Stedelijke Musea in Sint-Niklaas zijn vele archeologische vondsten van de Boudeloabdij te zien. De opgraving van de abdij gebeurde door de Belseelse Alfons De Belie met hulp van vrijwilligers.
GESCHIEDENIS

De plek waar Reynaert thuis is

De Abdij van Boudelo (Lat.:Abbatia B. Virg. Maria de Baudelo) was een cisterciënzerabdij te Klein-Sinaai, nabij Sint-Niklaas. De naam Boudelo, die uit twee delen bestaat, kan als volgt worden verklaard: Bouden, vleivorm op -in, afgeleid van Boudewijn (Boudewijn I van Constantinopel, graaf van Vlaanderen), en lo een bosje op een zandige, hoger gelegen plek.

Het jaar 1197 markeert de vestiging van een kluis, wanneer één of meerdere monniken uit de Sint-Pietersabdij in Gent onder leiding van Boudewijn van Boekel, zich in Klein-Sinaai als kluizenaars vestigen. De kleine gemeenschap groeide uit tot een abdij. Erkenning volgde in het begin van de 13e eeuw door de bisschop van Doornik. Vanuit deze abdij begonnen de monniken de streek rondom de Schelde in te polderen.

Abt Theodorikus werd in 1226 door abdijbewoners vermoord. Een slaande ruzie in 1235 leidde ertoe dat de abdij onder pauselijk toezicht werd geplaatst. In 1578 werd de abdij verwoest door Gentse calvinisten.

In de Stedelijke Musea in Sint-Niklaas zijn vele archeologische vondsten van de Boudeloabdij te zien. De opgraving van de abdij gebeurde door de Belseelse Alfons De Belie met hulp van vrijwilligers.
DE FONDATIE

Natuurparadijs

Vanaf hier duik je helemaal de Fondatie van Boudelo in: goed voor meer dan 80 hectare en één van de laatste stiltegebieden in Oost-Vlaanderen. De naam van het natuurgebied is afgeleid van de Abdij van Boudelo, die hier vroeger stond. De gronden hoorden zo'n 800 jaar geleden bij de schenking toen de abdij werd opgericht. Vochtige ruimtes, hakhoutbossen, volgroeide gemengde loofbossen, hooilanden, een hoogstammige boomgaard, fraaie poelen, randsloten en veldwegels en knotbomen bepalen het uitzicht van deze Waaslandse parel.

Een tiental kunstmatige vijvers werd de afgelopen jaren via een éénmalige inrichting omgezet in natuurlijke vijverbiotopen. Deze waterpartijen zijn momenteel een paradijs voor heel wat waterplanten, maar ook libellen hebben het er naar hun zin. Net als veel vogels, de zeldzame boommarter en de sierlijke ree, waarvan de populatie almaar uitbreidt.

De Fondatie wordt beheerd door Durme vzw.
DE UITKIJKTOREN

Op naar de top

In het natuurgebied vind je de prachtige uitkijktoren. Klim 8 meter hoog en speur met de verrekijker naar leven in het omliggende groen. Boven heb je een goed overzicht op een voormalige U-vormige visvijver en de graslanden errond. Deze vijver werd volledig heringericht in functie van plant en dier: zo zorgen de glooiende oevers ervoor dat jonge watervogels en amfibieën vlot het water in en uit kunnen.

Reeën zijn hier vooral ’s ochtends en bij valavond actief, wanneer ze op zoek gaan naar knoppen, jonge twijgen en kruiden. Ijsvogels komen op jonge visjes jagen, en in de achterliggende bosjes en boomgaard verstopt de boommarter zich. Dier gespot? Zet een streepje op het krijtbord! Kom vroeg, en met wat geluk zie je misschien wel een hertenkalfje.

Prachtig wandel- en fietsgebied

De Stekense Vaart verbindt de Moervaart met Stekene. In het verleden liep het kanaal door tot in Hulst en had het een belangrijke economische functie. Langs beide oevers omringd door stiltegebieden vormt de Stekense Vaart het decor voor zachte recreatie.

Het 4,6 kilometer lange kanaal vormt de natuurlijke gemeentegrens tussen Stekene en Sint-Niklaas. Het is gelegen in het brede valleigebied van de Durme, de Moervaartdepressie. Ten zuiden van de vaart bevinden zich oostwaarts het bosreservaat de 'Heirnisse' en het natuurgebied de Fondatie van Boudelo. Het oude jaagpad langsheen de vaart maakt deel uit van het fietsnetwerk Waasland en het wandelnetwerk Moervaartvallei.

Op 4 mei 1315 verleende de graaf van Vlaanderen Robrecht III van Béthune aan Pieter Masiere, watergraaf van Vlaanderen, Jan Hawaert, hoofdbaljuw en aan de hoofdschepenen van het Land van Waas het octrooi voor het graven van de Stekense Vaart. Hij liet het kanaal, in de oorkonde de "nieuwe watergange van Hulst naar Gent en van Hulst naar Rupelmonde" genoemd, aansluiten op de reeds bestaande Moervaart. Dankzij deze waterloop kon de Abdij van Boudelo de omliggende moerassen droogleggen en landbouwgronden creëren.  

De vaart speelde een belangrijke rol bij het vervoer van turf  en later ook vlas. Vanaf de 15e eeuw werden miljoenen tegels, dakpannen en bakstenen vervoerd door schuiten die door paarden (en zelfs mensen) langs het jaagpad werden getrokken.

Ten tijde van het Beleg van Antwerpen liet Alexander Farnese, Hertog van Parma, in 1584 om militair-strategische redenen de Parmavaart aanleggen, waardoor de Stekense Vaart vanaf Kemzeke in verbinding kwam met de Schelde in Kallo. Op die manier konden vanuit Gent zowel soldaten als oorlogsmateriaal via de vaart worden getransporteerd.

In 1950 wordt de Stekense Vaart onbevaarbaar verklaard. De kosten voor het baggeren wogen niet meer op tegen het economisch nut. Door het afdammen van de Durme in Lokeren in 1953 verloor de Stekense Vaart zijn natuurlijke getijdenwerking. Toch werden nog tot 1970 producten over de vaart vervoerd.

Sinds 1964 staat het waterpeil hoger dan het niveau van het lager gelegen valleigebied. Een natuurlijke afvloeiing van het water is niet meer mogelijk waardoor pompgemalen voor de drainage van de omliggende meersen noodzakelijk zijn.

Het pompgemaal wordt beheerd door de Polder Daknam-Sinaai.